Duurzaamheid

‘Do no harm’, via duurzame consumptie naar natuurvriendelijke landbouw

Is een ondernemer die veevoer via de Rotterdamse haven het land binnen haalt en in een afgesloten ruimte dieren voert die als eindproduct via Enschede geslacht en verpakt het land weer verlaten een boer of een vleesproducent? Is het normaal dat die zijn afval in de Nederlandse natuur loost zoals dat voor fabrieken in de jaren 60 normaal was om afval te lozen in de rivier?

Knoppen om aan te draaien

Nederland exporteert voor 90 miljard en importeert voor 61 miljard aan landbouwproducten. Van de export is 16,6 miljard zuivel, eieren en vlees. Daarin zit het grootste deel van ons stikstof probleem. Hoe komen we in een internationale markt op een eerlijke manier tot duurzame voedselproductie in Nederland? Welke knoppen heeft de Nederlandse overheid om aan te draaien?

Het korte antwoord is productievoorwaarden en verkoopvoorwaarden. Regels die gelden voor de productie hebben gevolgen voor boeren die concurreren op de internationale markt. Regels die gelden voor de verkoop van voedsel in Nederlandse winkels hebben gevolgen voor internationale voedselproducenten die aan Nederlandse winkels leveren.

1 stap tegelijk

De bedragen die met voedselproductie en voedselconsumptie gemoeid zijn, zijn enorm. De impact van maatregelen is daardoor ook enorm. Aan welke knop een overheid ook draait, het zal in kleine stapjes moeten zijn. Ondernemers kunnen prima hele grote veranderingen verwerken zolang ze maar voldoende tijd hebben om zich aan te passen. Eenmaal gedane investeringen willen zij terug kunnen verdienen. We moeten er oog voor hebben dat een investering in een productiemethode gedaan wordt om aan onze wensen als consument te voldoen.

Geen afval lozen

Nederland kan, zonder Europese afspraken te schenden, voorwaarden stellen aan afval dat in Nederlandse wateren en in de Nederlandse bodem achter blijft. Zo kan de Nederlandse overheid zondermeer van vlees- en zuivelproducenten verlangen dat zij niet meer mest en urine in de bodem achterlaten dan deze van nature kan absorberen. Dat kan o.a. in een maatstaf voor stikstof. De producent zal dan; of voldoende grond moeten hebben voor het aantal gehouden dieren; of hij zal de afvalstof moeten opvangen en afvoeren voor verwerking tot andere bruikbare/ niet schadelijke grondstof. Het logische gevolg is dat zuivel- en vleesproducenten moeten omschakelen van kwantiteit naar kwaliteit. De kostprijs van natuurvriendelijk voedsel ligt hoger, er zijn consumenten nodig die bereid zijn om duit in het zakje te doen door een hogere prijs te betalen. Tot zover niets nieuws.

Markt voor natuurvriendelijk geproduceerd voedsel

Maar wist je dat Nederland een markt kan creëren voor de verkoop van natuurvriendelijk geproduceerd voedsel door voorwaarden stellen aan de verkoop van voedsel in Nederlandse winkels? Dat kan niet zomaar, want binnen Europa geldt het principe van ‘wederzijdse erkenning’. Een product dat volgens de regels in één lidstaat gemaakt is, mag in een ander EU-land niet verboden worden. Op die afspraak zijn een paar uitzonderingsmogelijkheden. Eén daarvan is “De gezondheid en het leven van personen, dieren of planten”. Laat dat nu net het geval zijn. De Nederlandse overheid kan dus eisen stellen aan voedsel dat in Nederlandse winkels verkocht wordt in het belang van de gezondheid van haar inwoners en in het belang van de dieren en de planten die als grondstof dienen voor dat voedsel. Eurocommissaris Frans Timmermans noemt zo’n stempel ‘Do no harm’.

De Nederlandse overheid kan op deze grondslag regels maken voor de verkoop van voedsel in Nederlandse winkels. Stapsgewijs kan zo binnen een vastgesteld aantal jaren natuurvriendelijk geproduceerd voedsel de maatstaf in Nederlandse winkels worden. Voor supermarkten kan bijvoorbeeld gelden dat elk jaar 10% meer van het assortiment natuurvriendelijk geproduceerd moet zijn. Of te beginnen per productgroep, zoals zuivel, eieren en vlees. Na verloop van tijd zijn er in Nederlandse winkels geen natuuronvriendelijke producten meer verkrijgbaar.

Geld voor omschakelen

Door in Nederland een markt voor natuurvriendelijk geproduceerd te creëren komt er voor Nederlandse boeren een investeringsgrondslag voor het omschakelen naar duurzame landbouw en veeteelt. De Nederlandse markt blijft uiteraard gewoon toegankelijk voor buitenlandse voedselproducenten. Nederlandse zuivel en vleesproducenten die goed ingesteld zijn op volume kunnen binnen de geldende regelgeving voor productie op de internationale markt actief blijven.

Conclusie

Alleen eisen stellen aan de stikstof uitstoot door boerenbedrijven brengt boeren in de problemen, omdat die nu voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk zijn van de prijs die wordt bepaald door de internationale markt. Zolang consumenten niet vrijwillig bereid zijn om een natuurvriendelijke prijs te betalen voor hun voedsel zijn er tegelijkertijd maatregelen nodig om de vraag naar natuurvriendelijk geproduceerd voedsel te vergroten. Alleen zo kunnen boeren een prijs berekenen die voldoende is om de omschakeling van hun bedrijfsvoering financieren.

Note: De export en import cijfers (90 en 61 miljard) zijn alleen bedoeld om een indruk van de omvang van de markt die gemoeid is met voedselproductie. Achter deze 2 cijfers gaan lange verhalen schuil over soorten landbouwproducten (sierteelt valt er bijvoorbeeld ook onder) en de import van grondstoffen zoals bijvoorbeeld koffie die na bewerking ook weer geëxporteerd worden. Er kan dus niet geconcludeerd worden dat we het verschil tussen deze cijfers in Nederland consumeren.

Camiel, 2019

Bronnen: