Sociaal stelsel

Basisinkomen

Als het geld uit de lucht komt vallen, kun je het gratis uitdelen. Bedrijven die tot aan de hemel groeien kunnen ons daarbij helpen. Misschien is het basisinkomen dichter bij dan we denken.

Vurig en vol enthousiasme vertelt Rutger Bregman sinds 2014 over zijn idee; het basisinkomen. Moeiteloos somt hij het ene na het andere succesvolle voorbeeld op zoals de dividenduitkering uit de olie-inkomsten voor inwoners van Alaska, de casino opbrengsten voor indianen in Amerika en het basisinkomen experiment in Finland. Zijn redenering over het heilzame effect voor mensen dat uitgaat van een basisinkomen en de revenuen die het oplevert voor de sociale cohesie zijn steekhoudend. De samenleving wordt er vrediger en mooier van.

Wie gaat dat betalen?

De hamvraag waar zijn luisteraars zich over buigen is: Wie gaat dat betalen? Hoewel het idee zelf breed omarmd wordt, is het deze vraag die tegenstand oproept. Als ik de succesvolle voorbeelden nader beschouw, hebben zij allemaal dezelfde overeenkomst. Het geld gaat van groep A naar groep B. Het probleem in ons huidige belastingstelsel is dat het geld wordt opgebracht door mensen in groep B (burgers), dan kan het niet tegelijkertijd gratis uitgedeeld worden aan dezelfde mensen in groep B. Dat is de welbekende sigaar uit eigen doos.

Zolang de belastingen hoofdzakelijk worden opgebracht door burgers in de vorm van inkomstenbelasting sociale premies, btw en accijns, is het onmogelijk om burgers hun eigen geld gratis terug te geven, het is namelijk al hun geld. Er is een ander vaatje nodig om uit te tappen. Dat kan een olievaatje zijn zoals in Alaska of een grote pot vol bedrijfswinsten opgebracht door multinationals. Het eerste vaatje willen we alleen liever niet, want olie verstoken is niet zo best voor de natuur waar we voor het voortbestaan van onze toekomst van afhankelijk zijn. Multinationals dan? Ze zien je al aankomen, die ondernemen nu juist praktisch gratis, omdat ze burgers van werk voorzien.

Een vaatje om uit te tappen

Toch hoeven we de toekomst niet somber in te zien. Vroeg of laat gooit groep A het geld in de lucht zodat de mensen in groep B (burgers) het kunnen opvangen. Vroeg of laat zullen onze werkweken korter en korter worden. Vroeg of laat zullen we het stelsel van inkomstenbelasting verruilen voor andere vormen van belasting. Reken je alleen niet rijk, want het zal nog wel een aantal decennia duren. Het is toekomstmuziek, maar dan wel hele mooie.

Als we goed terugkijken in de geschiedenis, dan valt te zien dat sinds de industriële revolutie de werkweken langer zijn geworden en dat deze met de opkomende automatisering weer langzaam korter worden. Het is aannemelijk dat deze trend zich doorzet. Daarmee valt ook de basis onder de inkomstenbelasting weg. De overheid kan onmogelijk haar financiën op orde houden in een afhankelijkheid van inkomstenbelasting bij verkorting van de arbeidstijd. Nederlandse arbeid zou zich in internationaal verband volledig uit de markt prijzen als het de totale inkomstenbelasting op peil zou willen houden bij een steeds klein totaal aan gewerkte dagen. De multinationale banenmotors, die we nu met belastingvoordeeltjes aan ons proberen te binden, zullen als eerste het land verlaten. Het omschakelen naar andere belastingvormen wordt voor de rijksoverheid op lange termijn onafwendbaar.

Overstappen op milieubelasting

Aha, hoor ik mensen denken. Verplaats de belastingen naar consumptie, dat is goed voor het milieu. Dat klopt, alleen is het de B van burger die consumeert. Daar kun je geen basisinkomen voor burgers mee financieren. Toch is het een goed idee, want het ontmoedigd de consumptie van high waste goederen, stimuleert recycling en het kan een vergoeding opleveren voor de schoonmaakkosten van vervuilende producten. Er is alleen nog een goed idee nodig om de belastinginkomsten in groep A te vinden.

Vereenvoudigen van het uitkeringsstelsel

Voorstanders van het basisinkomen rekenen driftig aan de besparingen die een systeem van basisinkomen teweeg kan brengen als het de bureaucratie van het huidige uitkeringsstelsel vervangt. Met name de toeslagen moeten het ontgelden. Goed punt, want in Nederland worden jaarlijks tientallen miljarden aan toeslagen en tegemoetkomingen uitgekeerd. Maar hoe goed de redenering ook bedoeld is, het blijft een sigaar uit eigen doos. Want ook de toeslagen worden door burgers opgebracht met inkomstenbelasting. Die uitgaven worden er overigens niet minder om, alleen de kosten die gemaakt worden voor het uitdelen ervan zullen dalen. De uitgaven aan loonkosten voor ambtenaren worden lager. Het verminderen van bureaucratie is dus geen betaalmiddel, maar een positieve bijkomstigheid als er een financier is gevonden voor het basisinkomen voor burgers.

De Nederlandse gasbel dan?

Noorwegen heeft een staatsfonds dat de inkomsten uit olie- en gasopbrengsten beheerd, daar zit al meer dan 1.000 miljard in. Zij gebruiken alleen de opbrengsten uit beleggingen, dat is ongeveer 40 miljard per jaar. Zoiets kan Nederland toch ook doen met haar gasinkomsten? Dat had gekund, alleen is het Nederlandse gas al voor 80% op en in 2030 gaat de kraan helemaal dicht, anders zakt de grond nog onder onze voeten weg.

Het gasavontuur heeft ons landje vanaf de jaren ’60 bijna 420 miljard opgeleverd. Dat geld hebben we direct gebruikt, met als gevolg dat de economische groei in de jaren ’70 en ’80 stagneerde en de overheid de gasbaten linea recta kon uitkeren aan mensen die zonder werk kwamen te zitten. Daar werd in die tijd niet kinderachtig over gedaan. Noorwegen die het staatsfonds in de jaren ’90 pas is gestart, heeft wijze lessen getrokken uit onze Dutch Disease. Wij waren wat trager van begrip en vissen nu achter het net. Als we wel hadden belegd, had elke Nederlander nu ongeveer 1.000 euro per jaar kunnen krijgen. Een leuk zakcentje, maar nog geen basisinkomen.

Inkomstenbelasting voor bedrijven

Hoe je het ook wend of keert, je komt uit bij producenten. Bedrijven pakken de winst die geboekt wordt met automatisering. Het zijn bedrijven die met steeds minder mensen steeds meer werk verzetten, waardoor indirect de groep met loonbelastingbetalers daalt (tenzij er alsmaar meer bedrijven bij komen). Bedrijven worden nu gezien als een middel voor beleggers en hardwerkende ondernemers om voor eigen rekening en risico deel te nemen aan het vrije economische verkeer. Dan is het ook niet meer dan normaal dat die daar de vruchten van kunnen plukken. Maar hoeven ze dan de vruchten niet te delen?

Vanuit maatschappelijk perspectief kan een inschrijving in het handelsregister gezien worden als het verstrekken van een vergunning voor het voorzien in een maatschappelijke behoefte. De regels voor bedrijven zijn voor het grootste deel gericht op het reguleren van het economisch verkeer en de impact op het milieu. De regels voor maatschappelijke revenuen beperken zich tot winstbelasting en overdrachtsbelasting voor bedrijven én dividendbelasting voor beleggers. Deze belastingen zijn in alle eerlijkheid een lachertje. Dat vinden bedrijven en beleggers zelf ook, die lachen zich een breuk terwijl ze vrolijk slalommend de belastingen ontwijken. En hoe groter en internationaler het bedrijf, des te handiger er wordt gemanoeuvreerd.

Basisinkomen als backbone voor de samenleving

Als landen hun rijksbegrotingen in de verre toekomst op orde willen houden, zullen ze ooit de belastingen op inkomens van burgers moeten verplaatsen naar belastingen op inkomens van bedrijven en beleggers. En dan niet halfbakken zoals nu het geval is, maar onontkoombaar. Tja, en als het eenmaal zover is, kan de droom van Rutger werkelijkheid worden. Dan is er een groep A van aandeelhouders die het geld bij groep B van burgers over de schutting kan gooien. Dan kan het basisinkomen de backbone van een vredige samenleving worden waarin mensen meer vrije tijd hebben dan werktijd. Het basisinkomen kan dan wel eens de goedkoopste verzekeringspolis blijken te zijn tegen armoede, diefstal en geweld. Mensen kunnen nu eenmaal niet van de lucht leven 😉

Bronnen