Politiek,  Sociaal stelsel

Help de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse arbeider vooruit

We gedragen ons alsof we een huishoudster inhuren terwijl we gewoon thuis aan de koffie zitten met een koekje erbij. We importeren namelijk al decennia aan de lopende band arbeiders uit het buitenland, terwijl we landgenoten rijen dik met met een uitkering op de bank laten zitten. Al die luxe betalen we met zwaardere lasten voor de immer werkenden die noodgedwongen cao-lonen opstuwen. Als we zo door gaan, prijzen we onszelf nog uit de internationale arbeidsmarkt en is er geen bedrijf meer te vinden die in ons polderlandje wil neerstrijken.

Een werknemer, wat kost dat?

Ondernemers die een fabriek in Nederland plaatsen, betalen ongeveer 1.780 euro bruto per maand per arbeider. Die krijgt daarvoor 1580 bruto loon en houdt daar ongeveer 1410 netto aan over. Het verschil van 370 euro gaat op aan belastingen in de vorm van loonheffing en sociale premies. Voor dit bedrag moeten arbeiders in Nederland drie keer zo productief zijn als zijn als hun Poolse collega met een minimum loon van 500 euro per maand om concurrerend te kunnen zijn. Alleen in Ierland en Luxemburg is het minimum loon hoger dan bij ons. 

De hoogte van het minimum loon is een politieke keuze. Bedoeld om bestaanszekerheid te garanderen en om een minimum levensstandaard te bieden voor mensen die in ons land wonen. Aan leven in Nederland hangt een aardig prijskaartje. De wegen zijn goed onderhouden, de trein rijdt, de zorg voor zieken, hulpbehoevenden en ouderen is uitstekend geregeld. Top!  Maar ook de huren zijn hoog en energie is duur.

Wie heeft er geen gastarbeider?

In België maken ze grappen over de zuinige Hollander. Niet voor niets, want zelf geven we ook de voorkeur aan de goedkopere gastarbeider. In 2017 hebben we meer dan een half miljoen mensen naar Nederland gehaald om hier te werken. 426 duizend Europeanen en 132 duizend mensen van buiten Europa. De grootste groep waren Polen, gevolgd door Duitsers en Belgen. Het aantal niet-geregistreerde gastarbeiders dat hier nog bovenop komt is onbekend. Dat kan bijvoorbeeld die ene aardige meneer zijn uit Roemenië die je heeft geholpen met de aanbouw van je serre. Iedereen kent wel iemand die zwart betaald voor hulp in huis of een verbouwinkje. 

Werk is er nu nog in overvloed

Terwijl een half miljoen gastarbeiders zich voor ons duurbetaalde minimumloon graag in het zweet werken, zitten zeker 1 miljoen landgenoten comfortabel thuis met een uitkering hun toeslagen te tellen. Het is schrijnend om te zien dat Hollanders niet te porren zijn om voor het best betaalde minimumloon van Europa aan de bak te gaan. Dat beloofd niet veel goeds voor onze concurrentiepositie op de internationale arbeidsmarkt. 

Werk is er nu nog genoeg. Zowel in eigen land als net over de grens. Duitse werkgevers staan net als onze eigen tuinders in het Westland te springen om personeel. De (minimum) lonen in Duitsland zijn er met 1.500 bruto per maand redelijk vergelijkbaar. Landgenoten met een uitkering hoeven vandaag de dag  geen baan te zoeken. Ze hoeven alleen maar een baan te accepteren. Het UWV heeft in al haar ijver en wanhoop om mensen aan een baan te helpen zelfs een leger aan job coaches in dienst en ze organiseert geheel verzorgde excursies naar werkgevers die omkomen in het werk. Wie wil werken, mag zelfs gratis een vak leren. De vraag is hoe lang we hiermee door kunnen gaan. Houden we over een paar decennia nog wel banen over om te weigeren? 

Werken kan weer lonen!

Als we de internationale concurrentie positie voor de Nederlandse arbeider voor de toekomst willen verbeteren, zullen we de desastreuse koers van almaar hogere minimumlonen moeten verlaten. Dat lijkt een paradox, omdat Hollanders nu al hun bed niet uitkomen voor het hoogste minimum loon van Europa. We zullen ons moeten realiseren dat mensen niet naar het bruto bedrag op hun loonstrookje kijken, maar naar wat er aan het begin en eind van de maand in hun portemonnee zit. Als we goed naar de uitgaven kijken is heel goed mogelijk om mensen meer geld te laten spenderen terwijl de lonen omlaag gaan. 

De uitgaven voor mensen met een minimum loon kunnen omlaag als de huren omlaag gaan, de energiekosten omlaag gaan en de belastingen omlaag gaan. Dit zijn alle drie zaken waar de overheid een grote invloed op heeft. De overheid stelt regels voor woningcorporaties, stookt de  energiebelasting voor consumenten flink op en regelt de hoogte van loonbelasting per inkomensklasse. Hoe dat zit met de woonlasten is een heel verhaal, lees het hier. De andere instrumenten van de overheid laten zich raden. 

Het toeval wil dat, als het aan kabinet Rutte ligt, de inkomstenbelasting in 2021 van 4 belastingtarieven teruggebracht worden tot 2 belastingtarieven. Als je niet verder kijkt dan je neus lang is klink dit prima. In dit geval is het jammer dat de loonbelasting voor minimum lonen daardoor iets stijgt en het nieuwe model geen ruimte geeft om alleen de allerlaagste inkomensklasse te ontzien. Misschien bedenkt de overheid zich nog op tijd en blijft ons een reparatie van het model in de toekomst bespaart. Fiscalisten en economen kunnen hier vast verstandige dingen over zeggen. En anders heeft een toekomstig kabinet altijd de heffingskorting nog.

Dan is er nog de wil om te werken. Uitkeringen in Nederland zijn nu soms net zo hoog als het minimum loon. Er zal wat te winnen moeten zijn voor mensen die een uitkering opgeven voor een zelf verdiend loon. De overheid zal bereidt moeten zijn om het stelsel van toeslagen onder de loep te nemen. Lees het artikel over toeslagen voor meer hierover.

Waarom al die moeite?

Elke vacature die we zelf vervullen betaalt zichzelf drie keer uit. Landgenoten aan het werk helpen bespaart niet alleen overheidsuitgaven in de vorm van uitkeringen, het levert tegelijkertijd ook belastinginkomsten op. En als het werk noodgedwongen ook nog eens een gastarbeider gedaan wordt, zal die zijn dik verdiende loon (deels) niet in Nederland uitgeven, maar in zijn eigen land. Nederland loopt dan ook nog eens consumptie mis en BTW inkomsten. Spenderende landgenoten daarentegen zijn goed voor de detailhandel, dat levert indirect weer nieuwe lokale banen op.

Op lage lonen is de meeste prijsconcurrentie

Het is nu eenmaal en feit dat niet iedereen de capaciteiten heeft om een vakopleiding te volgen of te studeren. Er zal daarom altijd behoefte blijven aan minder complex werk. Nederland zal dus altijd behoefte hebben aan arbeidsplaatsen waar een minimum loon mee verdiend wordt.

Productiewerk is zulk werk dat ook nog eens makkelijk verplaatsbaar is. In Europa maakt het niet uit of een fabriek in Roemenië, Polen, België of Nederland staat. Binnen Europa zijn er geen import en export tarieven. Handjes zijn handjes, welke taal ze ook spreken. Logisch dus dat op ongeschoold werk de internationale concurrentie op arbeidskosten genadeloos toeslaat.

Prijsconcurrentie kan tot op zekere hoogte ontlopen worden door hoogwaardige producten te maken en hoogwaardige diensten te leveren. Bedrijven die een mix van hoog en laag betaald werk hebben kunnen aan ons land verbonden worden. Alleen daar redden we het op lange termijn niet mee. Concurrentie is onvermijdelijk. Bij Nedcar weten ze daar alles van. 

Als we erin slagen om de internationale concurrentiepositie van Nederlandse arbeider te verbeteren hoeven bedrijven als Ford in de toekomst hun fabriek niet meer helemaal van Luik naar Spanje te verhuizen, maar kunnen ze gewoon neerstrijken op de nieuwe Maasvlakte.

Bronnen