Sociaal stelsel

Werken loont de moeite niet, toeslag wel

Terwijl we verontwaardigd rapporteren over de eerste Nederlandse gezinnen die met een blikje Redbull in de hand onder de armoedegrens wegzakken achter hun flatscreen, laten de statistieken zien dat het minimumloon bijna nergens hoger is dan in ons polderlandje waar de hulpverleners in de rij staan om het laatste beetje arbeidsethos eruit te nivelleren. Waarom willen mensen toch niet aan het werk?

1 op de 3 Nederlanders houdt zijn hand op

Nederland heeft ongeveer 17 miljoen inwoners, waarvan 3,8 miljoen jonger dan 20 jaar. Van de resterende 13,2 miljoen, krijgen ongeveer 5 miljoen mensen een uitkering. Kort door de bocht leeft 1 op de 3 Nederlanders op kosten van zijn medemens. Wie zijn die mensen toch? In december 2017 waren er:

  • 3.386.400 ouderen met een AOW uitkering
  • 378.100 tijdelijke werkelozen met WW uitkering
  • 441.600 arbeidsgeschikte niet-werkende mensen in de bijstand
  • 810.200 arbeidsongeschikte mensen met een WAO, WIA, Wajong, WAZ, IVA of WGA uitkering

Deze paar getallen laten ons zien dat er bijna een miljoen mensen wel kunnen werken, maar dat momenteel niet doen. Dat zijn mensen in de WW en bijstand. Onder de arbeidsongeschikten zijn veel mensen die wel gedeeltelijk kunnen werken of aangepast werk kunnen doen. Als we een klein gedeelte van die groep meerekenen, halen we het miljoen wel.

We zien ook dat we een grote groep bejaarde mensen hebben, die rust verdienen na een leven van hard werken. Dat geldt gelukkig voor de meesten, maar ook mijn buurman die praktisch zijn hele leven in de bijstand heeft gerecreëerd, krijgt net als iedereen een aow-tje. Als we goed voor onze ouderen willen zorgen, kunnen we maar het beste met iedereen die kan werken de schouders eronder zetten. Dan blijft het betaalbaar.

De overheid geeft meer dan de helft uit aan uitkeringen en toeslagen

Werkend en ondernemend Nederland betaalt jaarlijks ongeveer 280 miljard belasting. Van al dat geld deelt onze staat ongeveer 152 miljard uit aan sociale uitkeringen. Iets minder dan helft daarvan gaat op aan de eerder genoemde uitkeringen. De andere helft wordt uitgegeven aan toeslagen. In de overheidsfinanciën wordt dit tegenwoordig aangeduid met de nog onbesmette woorden ‘tegemoetkomingen’ en ‘voorzieningen’. Er is een uitgebreid assortiment. Denk onder andere aan zorgtoeslag, langdurige zorg, maatschappelijke ondersteuning, kinderbijslag, huurtoeslag, jeugdzorg, kinderopvang en kindgebonden budget. Hieronder staan een paar cijfers, gesorteerd van grote naar kleine uitgavenposten (CBS dec. ’17).

  • Uitkeringen: AOW 37,4 miljard, WW 5,2 miljard, bijstand 6,1 miljard, WAO 4,3 miljard, WIA 4,5 miljard, Wajong 3,1 miljard, WAZ 1,2 miljard.
  • Toeslagen: Zorgtoeslag (ZW) 41 miljard, langdurige zorg (Wlz) 18,1 miljard, maatschappelijke ondersteuning (WMO) 5,2 miljard, kinderbijslag 3,3 miljard, huurtoeslag 3,4 miljard

Toeslagen zijn er bijna voor iedereen

Je komt in aanmerking voor toeslagen als je hulpbehoevend bent of een laag inkomen hebt. Toeslagen komen zodoende voor het grootste deel terecht bij ouderen, arbeidsongeschikten en uitkeringsgerechtigden. Er is ook een groep werkenden met een laag inkomen. Bijvoorbeeld eenouder gezinnen met parttime werk en mensen die voor het minimum loon werken. Maar als je een modaal inkomen hebt of je bent tweeverdiener, zoals onze overheid dat zo graag ziet, dan verdien je teveel en ligt er weinig toeslag voor je in het verschiet. Dan verdien je de eer om een van die twee netto betalende Nederlanders te zijn die de broek ophijst van de derde medelander.

Pas op! Werken kan je toeslagen kosten

Waarom zou je gaan werken als je voor hetzelfde geld niet moe hoeft te worden? Sommige mensen komen in beweging als er iets te winnen valt, anderen doen dat pas als er iets te verliezen valt. Beide mechanismen ontbreken momenteel in ons sociale stelsel. De uitkeringstrekker wint er nagenoeg niets mee om zijn uitkering in te ruilen voor een minimum loon. Die zijn immers nagenoeg gelijk. Sterker nog, voor gezinnen zijn die gelijk. De bijstand voor een gezin is gelijk gesteld aan het wettelijk minimum loon van 1350 euro per maand.

De uitkeringsgerechtigde loopt ondertussen wel een groot risico om toeslagen te verliezen. Het is niet ondenkbaar dat een uitkeringstrekker er zelfs netto op achteruit gaat als hij/zij een baan accepteert. Ook al mag je geen werk weigeren, sancties bestaan alleen op papier. Het inhouden van een uitkering kan niet zomaar. Via internationale verdragen hebben we namelijk afgesproken dat we aan iedere inwoner van ons land bestaanszekerheid garanderen.

Werken kan weer lonend worden!

Nu we weten dat door alle mis te lopen toeslagen, er onmenselijk veel moreel besef voor nodig is om een uitkering te verruilen voor een baan, loont het de moeite om de voorwaarden voor het verstrekken van de toeslagen eens onder de loep te nemen. Zou werken niet veel aantrekkelijker worden als een betaalde baan een voorwaarde zou zijn voor het ontvangen van een toeslag? Bij toeslagen voor ouderen en zorgbehoevenden gaat dit natuurlijk niet, maar het kan wel voor alle andere toeslagen. In het wild west van toeslagen kan dat zomaar een hele waslijst worden.

Het bestaansminimum dat we met internationale verdagen beloofd hebben, wordt met een bijstandsuitkering of elke andere uitkering gegarandeerd. Daarbovenop hoeven we niet nog eens dik 75 miljard per jaar aan toeslagen uit te keren. De meeste toeslagen zijn extra’s die het leven net dat beetje aangenamer maken. Voor dat comfort mag iemand die niet bejaard of zorgbehoevend is best de handen uit de mouwen steken, al is het maar in deeltijd.

 

Dit artikel is een bewerking van de 1epublicatie 16 december 2012

Bronnen:

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *